Hoofdlijn

Hoofdlijn

Hoofdlijn

In de jaarstukken legt het college van B&W verantwoording af over de resultaten en de financiën in 2025. Ook in 2025 bleef het college investeren in betaalbare woningen, in kansengelijkheid, in een gezonde en groene leefomgeving en duurzaamheid. Tegelijkertijd hebben we in 2025 stappen gezet om onze begroting sterker en voorspelbaarder te maken. Dit alles met één doel: Utrecht duurzaam, leefbaar en toekomstbestendig houden.

Dit zijn de laatste jaarstukken van de collegeperiode 2022-2026. Terugkijkend op de afgelopen vier collegejaren kunnen we constateren dat Utrecht koersvast is gebleven in uitzonderlijke tijden. De stad maakte ingrijpende maatschappelijke ontwikkelingen door, waarbij oorlog en conflicten in de wereld ook voelbaar waren in Utrecht. Stijgende kosten, bijvoorbeeld op het gebied van jeugdzorg, en landelijke bezuinigingen zorgden daarbij voor extra financiële druk. In 2023 kreeg Utrecht te maken met een begrotingstekort. Dit is opgevangen door kritisch te kijken naar de eigen organisatie en door bezuinigingen door te voeren op zowel de ambtelijke organisatie als de dienstverlening. Dankzij nauwe samenwerking met de stad, scherpe bestuurlijke keuzes en het vasthouden aan de kernwaarden van Utrecht, staat de stad er nu stabiel, ambitieus en wendbaar voor.

In deze roerige tijden heeft het college in 2025 de ingezette koers uit het coalitieakkoord 2022-2026 voortgezet. Er is geïnvesteerd in de aanpak van woningnood, het tegengaan van de klimaatcrisis en het bevorderen van kansengelijkheid. De begroting is sluitend gehouden en de rekening van de landelijke bezuinigingen wordt niet doorgeschoven naar de toekomst. Het positieve rekeningresultaat over 2025 bedraagt 54,6 miljoen euro en is incidenteel. Het rekeningresultaat is een afwijking van 2,6% ten opzichte van de totale begroting. Met het positieve resultaat is de financiële positie van de gemeente Utrecht gezonder dan vooraf verwacht. Na de beoogde resultaatbestemming en toevoeging aan de reserves resteert een bedrag van circa 22 miljoen euro voor integrale afweging. We blijven sterker inzetten op realistisch ramen, rekening houden met onze uitvoeringscapaciteit en daadwerkelijk realiseren wat we vooraf beloven.

Utrecht heeft in uitdagende jaren laten zien dat de stad veerkrachtig is en samen vooruit kan komen. Mede dankzij de inzet en betrokkenheid van inwoners, partners en organisaties konden belangrijke stappen worden gezet, ondanks de complexe omstandigheden. Er ligt nu een stevige basis voor het komende bestuur om verder te bouwen aan deze mooie stad. Het college bedankt iedereen in de stad voor het vertrouwen en de samenwerking in deze periode.

Bestuurlijke resultaten

1. We werken aan betaalbaar wonen voor iedereen
We werken aan de stad met als uitgangspunt groei in balans en vanuit de visie dat we een 10-minutenstad ontwikkelen. Dat betekent dat de groei van het aantal woningen gepaard moet gaan met toekomstbestendige, levendige wijken en dat (wijk)werkgelegenheid, groen, maatschappelijke voorzieningen, investeringen in duurzame mobiliteit en energietransitie mee moeten groeien.

  • Met de Utrechtse Aanpak hebben we maatregelen genomen om de woningbouw op gang te houden en gebiedsontwikkelingen doorgang te laten vinden. Mede door de Utrechtse Aanpak zijn er afgelopen jaar 3.900 woningen in aanbouw genomen en 3.103 woningen opgeleverd. 
  • Wonen is een grondrecht en tegelijkertijd is er tekort aan woonruimte. We hebben ons het afgelopen jaar dan ook gericht op het aanjagen van nieuwbouw én het beschermen en beter benutten van de bestaande voorraad aan woonruimte. Schaarste aan woonruimte vraagt ook om een zorgvuldige verdeling daarvan. We hebben ook het afgelopen jaar met het verdeelbesluit weer extra aandacht besteed aan het huisvesten van onze meest kwetsbare inwoners. Tegelijkertijd werken we aan een stevige basis voor de toekomst. Met de Beleidsnota Wonen 2025-2030 hebben we opnieuw een stap gezet van woningmarkt naar volkshuisvesting. 
  • Netcongestie levert spanningen op voor de nieuwbouwopgave in de stad. De nieuwe aansluitmogelijkheden zijn beperkt en mitigerende maatregelen leveren geen sluitende oplossing. Er is urgentie en daadkrachtig ingrijpen nodig door de Rijksoverheid en netbeheerder om vertraging van de bouwproductie te verminderen. 
  • We bevorderden in 2025 de mobiliteitstransitie door nieuwe fietsverbindingen aan te leggen, grote herinrichtingen op te leveren, deelmobiliteit te stimuleren en OV-maatregelen uit te voeren. We werkten beleidskaders uit, zoals de Beleidsnota Voetganger en het Uitvoeringsprogramma Goederenvervoer en we breidden het aantal fietsparkeerplekken uit. 
  • We hebben betaald parkeren verder uitgerold, voegden bijna 10.000 plekken toe, vormden 78 autoparkeerplaatsen om tot groene en fietsgerichte ruimte en ontwikkelden nieuwe parkeerproducten voor zorg, onderwijs en politie. 
  • We verbeterden de verkeersveiligheid door versneld een maximumsnelheid van 30 km/u in te voeren, risicovolle oversteken aan te pakken, digitale handhaving uit te breiden en fysieke maatregelen op meerdere locaties te realiseren. 

2. We zetten in op duurzaamheid 
Het duurzaamheidsbeleid van de gemeente Utrecht draait om een gezonde, klimaatbestendige en toekomstgerichte stad, waarin energie, groen, circulaire economie en sociale rechtvaardigheid hand in hand gaan. 

  • Voor de energietransitie is het juist nu belangrijk om keuzes te maken die passen bij het toekomstige energiesysteem voor onze stad. In 2025 hebben we hierover een aantal belangrijke keuzes gemaakt.
  • We hebben in 2025 de stap naar voren genomen door zelf een zonproject op de Nedereindse plas te gaan ontwikkelen omdat marktpartijen niet bereid waren te investeren.
  • En we hebben stappen gezet om aan te sluiten bij HVC als een publiek warmtebedrijf. De gemeente Utrecht wordt aandeelhouder van het publieke energie- en afvalbedrijf HVC. Met dit besluit kiest Utrecht voor een publiek warmtebedrijf om de stad sneller, betaalbaar en betrouwbaar aardgasvrij te maken.
  • In 2025 hebben we de beleidsnota Luchtkwaliteit uitgewerkt in een uitvoeringsprogramma met maatregelen. Met de invoering van de milieuzone en nul-emissiezone hebben we belangrijke stappen gezet.  
  • We zijn verdergegaan met onze maatregelen om emissieloos vervoer én het netbewust laden te faciliteren. Bijvoorbeeld met het plaatsen van snelladers, deelauto’s die terugleveren, multifunctionele laadoplossingen en voorzieningen voor de bouw.  
  • Vanuit de door de raad vastgestelde beleidsnota Utrecht Circulair 2030 hebben we een Europese subsidie ontvangen, waardoor belangrijke stappen gezet kunnen worden in de realisatie van twee upcyclecentra en de grondstoffencorridor. 
  • We hebben het NK Tegelwippen gewonnen door maar liefst 437.467 tegels te verwijderen.  
  • We hebben van 16,5 hectare de afvoer van het regenwater afgekoppeld van de riolering, zoals bij de aanleg van een hemelwaterriool op de Amsterdamse Straatweg (2,0 hectare) en de herinrichting van de Westelijke Stadsboulevard (2,5 hectare).   
  • Met de beleidsnota Ondergrond hebben we meer regie op de kwaliteit en het gebruik van de ruimte in de ondergrond. En we hebben meer bewustwording gecreëerd over lood in particuliere tuinen dankzij een publiekscampagne. 

3. We maken ons hard voor kansengelijkheid 
Utrecht wil een stad voor iedereen zijn. Een inclusieve stad waar het voor alle Utrechters goed wonen, werken en leven is. We voelen een grote verantwoordelijkheid om de ongelijkheid in onder andere rondkomen, gezondheid en mee kunnen doen tegen te gaan. Daarom investeren we in mensen en buurten die dit het hardste nodig hebben door middel van het principe: Ongelijk Investeren voor Gelijke Kansen.   

  • Eenvoud van onze regelingen is een belangrijke pijler van ons beleid Financiële Bestaanszekerheid. We hebben het aanvraagproces voor bijstandsuitkeringen en onze regels voor het aanvragen van bijzondere bijstand sterk vereenvoudigd. Hierdoor kunnen inwoners makkelijker en sneller een uitkering of bijzondere bijstand aanvragen en hoeven zij bijvoorbeeld minder bewijsstukken bij ons aan te leveren. 
  • Om inwoners beter naar werk of scholing te kunnen begeleiden hebben we onder andere samen met UW gewerkt aan een brede intake (Talentscan), zodat we een betere inschatting kunnen maken van hun mogelijkheden. Mede hierdoor is het aantal inwoners dat is uitgestroomd naar werk of scholing in 2025 met 1.071 fors hoger dan in vorige jaren (14% hoger dan 2024). 
  • Naar aanleiding van signalen van gedupeerden van de toeslagenaffaire hebben we een groot aantal verbetermaatregelen versneld ingevoerd. Zo zetten we meer ervaringsdeskundigen in, hebben we een start gemaakt om de ervaringskennis van gedupeerden en lotgenoten te benutten ter verbetering van de uitvoering en hebben we helder uitvoeringsbeleid met duidelijke kaders voor medewerkers en gedupeerden vastgesteld. 
  • Criminaliteit is stevig aangepakt in 2025. Er zijn grenzen gesteld door middel van extra (zichtbare) inzet van politie en Toezicht & Handhaving, het instellen van de nachtsluiting van Hoog Catharijne en de instelling van een Verblijfsontzeggingsgebied. Knock & talk gesprekken in de wijken gaven ondernemers meer inzicht over signalen van ondermijnende criminaliteit en de mogelijkheden om deze signalen te melden. Kwalitatief onderzoek heeft nieuwe inzichten opgeleverd in drugscriminaliteit en lokaal gewortelde cybernetwerken, waarmee de aanpak in 2026 verder wordt geoptimaliseerd.
  • Overlast door personen en groepen is zichtbaar teruggedrongen, onder andere in Overvecht, Kanaleneiland, parkeergarages, de Sijpesteijntunnel, het Bollendak en het OPG-terrein. Samenwerking met zorg- en maatschappelijke partners, zoals het Eropafteam, leidde tot meer perspectief voor overlastgevers, met aandacht voor vergroten van zelfredzaamheid.
  • Om inwoners van Utrecht voor te bereiden op de gevolgen van maatschappelijke ontwrichting door een grootschalige crisis, is in 2025 een eerste noodsteunpunt voor langdurige en grootschalige incidenten in Utrecht getest. 
  • Er was een onverminderd hoog aantal piketmeldingen bij Openbare Orde en Veiligheid en het aantal demonstraties groeide. De meeste bijbehorende situaties zijn veilig en beheersbaar verlopen, waardoor de leefbaarheid in de stad behouden is gebleven. Veiligheidsmaatregelen werden daarbij passend ingezet. 
  • Bij incidenten en excessief geweld is stevig en tijdig opgetreden, waaronder ingrijpen bij de bezetting van het pand aan de Drift en de verstoring van de raadsvergadering op 17 juli 2025. Daarnaast zijn relschoppers aangehouden bij excessen zoals rond Europese thuiswedstrijden van FC Utrecht en tijdens de jaarwisseling, terwijl tegelijkertijd preventief is geïnvesteerd via buurtvaders/-moeders, bondgenoten, jongerenwerk en blijvende dialoog met stadsbewoners. 
  • Ondanks onze relatief succesvolle preventieve aanpak, hebben we vanaf 2025 te maken met een structureel tekort op jeugdhulp. Ons handelingskader wordt daardoor beperkt: door toenemende kosten in de aanvullende hulp verdwijnt de ruimte om te investeren in een sterke pedagogische basis en krachtige basishulp. We hebben in 2025 ingezet op het project ‘Jonge kind wel in ontwikkeling’ (raadsbrief ‘Gelijke kansen voor het jonge kind’).
  • Daarnaast hebben we geïnvesteerd in het vroegtijdig beschikbaar maken van specialistische hulp en consultatie om dure (vervolg)plaatsingen te voorkomen. We hebben ons gericht op de ontwikkeling van alternatieven voor de gesloten jeugdhulp (JeugdzorgPlus) door de voorbereiding van de verwerving van de hoogspecialistische jeugdhulp (nu Yeph) die we verbinden aan de specifieke rijksuitkering af- en ombouw gesloten jeugdhulp.
  • Door ongelijk te investeren voor gelijke kansen bieden we kinderen en jongeren een passende en succesvolle schoolloopbaan. Samen met de stedelijke partners werken we aan het versterken van kansengelijkheid, verankerd in de Utrechtse Onderwijs Agenda. In 2025 hebben we ons in het bijzonder ingezet voor gratis voorschoolse educatie voor de jongste kinderen in de stad die woonachtig zijn in Overvecht en daar naar de voorschool gaan, evenals voor kinderen met een U-pas. 
  • Met de in 2025 vastgestelde subsidieregelingen voor de sociale basis en de toegekende opdracht Welzijnswerk in de Wijk, versterken we preventie, gemeenschapskracht en eenvoudige ondersteuning dichtbij inwoners. Hiermee hebben we een belangrijke stap gezet in de houdbaarheid van het sociaal domein. 
  • De Jeugdgezondheidszorg (JGZ) bereikte 95% van alle Utrechtse kinderen. Met onze verhoogde inzet vanuit het actieplan hebben we 508 extra vaccinaties gezet onder 16- en 17-jarigen met de inhaalcampagne.  
  • We werken preventief aan de (mentale) gezondheid van kinderen, jongeren, jongvolwassenen en ouderen met onze uitvoeringsprogramma's. Denk hierbij aan gezonde schoollunches, babygroentetassen, peersupport voor jongeren en jongvolwassenen, valrisico-inschattingen voor ouderen en een steeds groter wordende rookvrije omgeving. 
  • Utrecht maakt zich hard voor sociale gelijkheid, betrok gemeenschappen in de stad bij plannen en werkte daarnaast aan een inclusieve gemeentelijke organisatie. De gemeente Utrecht ontving voor deze inspanningen in 2025 de European Capital of Inclusion and Diversity Award.
  • We hebben het aantal opvangplekken voor al onze doelgroepen kunnen behouden of zelfs uitbreiden. Met 1.805 Asielopvangplekken hebben we 93% van de taakstelling Spreidingswet behaald en daarbij de inzet van Plan Einstein geborgd. Ook het aantal gemeentelijke opvangplekken voor Oekraïners is behouden. 
  • Ondanks het stoppen van de pilot Landelijke Vreemdelingen Voorziening (LVV) hebben we 335 opvangplekken voor ongedocumenteerde mensen en hun begeleiding behouden. Voor kwetsbare EU-migranten is het aantal opvangplekken en de begeleiding verhoogd. 
  • In de nota Sport en Bewegen 2025-2032 en bijbehorend uitvoeringsprogramma zetten we in op een leven lang sporten en bewegen voor alle Utrechters. 
  • We hebben gewerkt aan een nieuwe weerbare en wendbare economie met maatschappelijke meerwaarde. Er zijn steviger sturingskaders nodig om de groeiende stad in balans te brengen en te houden. In 2024 zijn de beleidsnota's Werklocaties en Arbeidsmarkt opgesteld. Beide nota's worden in 2025 aangeboden aan de raad. Met het bestendigen van Ondernemer Centraal en inbedden van een loketfunctie voor vragen over circulair ondernemen dragen we bij aan toekomstbestendige werkgevers en economie voor Utrecht. 

4. We werken aan een levendige en leefbare stad 
We willen onze stad in balans ontwikkelen met voldoende en kwalitatief goede voorzieningen, zodat iedereen gezond en prettig kan leven in de stad.   

  • In 2025 ging de Cultuurnotaregeling (2025-2028) van start: 85 organisaties, van wijkcultuurhuis tot poppodium, maken cultureel aanbod voor de stad met meerjarige steun van de gemeente. 
  • De nachtcultuur subsidieregeling is in 2025 in twee aanvraagrondes helemaal gebruikt, er zijn 30 aanvragen toegekend. 
  • We investeerden in culturele broedplaatsen en ondersteunden daarnaast beheerorganisaties bij het realiseren van nieuwe broedplaatsen, goed voor 1.260 m² extra werkruimte in 2025, naast de circa 12.500 m² aan tenders voor betaalbare werkplekken en voorzieningen die sinds 2025 worden voorbereid.
  • Het haalbaarheidsonderzoek Grote Evenementenlocatie is afgerond en in november 2025 aangeboden aan de raad.
  • Voetbalvereniging Ondiep is als hoofdgebruiker gestart op sportpark Wesley Sneijder en we hebben drie natuurgrasvelden omgezet naar kunstgras op sportparken Nieuw Welgelegen, Zuilense Vecht en De Vryheit.
  • Met het Initiatievenfonds, de buurtagenda’s, het vastgestelde uitvoeringsprogramma ‘De stem van de Jonge Utrechters’ en met onze programma’s Samen voor Overvecht, Buurt- en wijkgericht werken en Samen stad maken faciliteerden we Utrechters om actief te zijn in de eigen omgeving en om invloed uit te oefenen op gemeentelijke plannen.
  • Asielzoekers, statushouders en nareizigers die langer dan 6 maanden in Nederland zijn, konden we snel inschrijven in de Basisregistratie Persoonsgegevens in de BRP-straat.
  • Met het schoonhouden en onderhouds- en vervangingswerkzaamheden hebben we de openbare ruimte goed beheerd. Hierdoor hebben we gezorgd voor een gezonde, aantrekkelijke, robuuste en toekomstbestendige leefomgeving voor iedereen.  
  • Door onze bijdrages aan speel- en sportplekken is de stad beweegvriendelijker. Door het vergroenen van straten en pleinen en het planten en uitdelen van bomen is de stad natuurvriendelijker en klimaatbestendiger. We hebben vooruitgang geboekt bij vitale stedelijke groenprojecten (vroeger icoonprojecten) en bij recreatiegebieden als Natuurgebied Zuilen, Rondje Stadseiland en Kromme Rijn Linie Landschap. De vergroening dit jaar is voor het eerst niet alleen in absolute zin, maar ook relatief toegenomen; oftewel: er is een lichte toename van groen per huishouden geregistreerd. Een signaal dat de extra inzet en investeringen in groen vruchten beginnen af te werpen.

Financieel resultaat 2025

De gemeente Utrecht heeft op basis van de jaarstukken en het positieve incidentele resultaat haar huishoudboekje op orde. De financiële vooruitzichten staan wel onder druk door toenemende onzekerheid. Internationale ontwikkelingen, zoals geopolitieke spanningen, onzekerheid over handelsrelaties en de gevolgen van klimaatverandering, dragen bij aan een minder stabiele economische omgeving. Tegelijkertijd zorgen prijsontwikkelingen op energie- en grondstoffenmarkten en toenemende druk op overheidsfinanciën voor extra onzekerheid. Voor gemeenten betekent dit dat economische ontwikkelingen minder voorspelbaar zijn en dat inkomsten die samenhangen met een economische activiteit volatieler kunnen worden. Ook neemt bij economische teruggang de kans toe dat meer inwoners een beroep doen op de gemeentelijke ondersteuning. Voor de komende periode verwachten we financieel krappere tijden dan we in het verleden gekend hebben, wat vraagt om keuzes maken en realistisch begroten.

In de Programmabegroting 2025 hebben we een sluitend financieel beeld gepresenteerd. Door autonome en onvermijdelijke ontwikkelingen hadden we in de Voorjaarsnota 2024 een structureel tekort van 93,4 miljoen euro. Om de financiële positie weerbaar, wendbaar en flexibel te houden hebben we in de Programmabegroting 2025 structurele concrete bezuinigingsmaatregelen verwerkt van in totaal 32 miljoen euro. In de bijlage “Monitor bezuinigingsmaatregelen” informeren we u over de voortgang en de realisatie van deze maatregelen.

Bij de jaarstukken kijken we jaarlijks terug op onze financiële positie en de realisatie in het afgelopen jaar. De Jaarrekening 2025 heeft in totaliteit een overschot van 54,6 miljoen euro met een incidenteel karakter. In de Tweede bestuursrapportage 2025 gingen we uit van een negatief resultaat van 11,9 miljoen euro. Dit werd voornamelijk veroorzaakt door een verwacht tekort van 7 miljoen euro op de bijstandsverstrekking in 2025, extra benodigde dotaties aan onderhoudsvoorzieningen en een voordeel door extra baten van het Rijk (meicirculaire). Het negatieve resultaat van 11,9 miljoen euro is, zoals gebruikelijk bij de tweede bestuursrapportage, tijdelijk onttrokken aan de algemene dekkingsreserve, die weer aangevuld moet worden met dit bedrag. In het verleden is vaker een nadelig resultaat verwacht bij de bestuursrapportages en uiteindelijk een voordelig resultaat gerealiseerd, wat voor ons een reden is om de opzet en verwerking van de bestuursrapportages in de toekomst te herzien. Voor het deel van de onderbestedingen op incidentele middelen waarvoor de activiteiten doorlopen is een resultaatbestemmingsvoorstel om de budgetten mee te nemen naar de komende periode. Hiermee komt het vrij beschikbare incidentele jaarresultaat op 22,2 miljoen euro dat we inzetten voor het oplossen van een deel van het tekort van de Voorjaarsnota 2026.

Belangrijkste oorzaken van de resultaatontwikkeling (x miljoen euro)

12,4 

Onroerendezaakbelasting (incidenteel) 

7,4 

Erfpacht (incidenteel) 

7,7 

Inkomsten gemeentefonds (incidenteel) 

4,9 

Bijstandsverstrekkingen (incidenteel) 

22,2 

Restant, onderbesteding (incidenteel) 

54,6  

Totaal jaarrekeningresultaat  

-11,9 

Tweede bestuursrapportage 2025 

-20,5 

Resultaatbestemmingsvoorstel 

22,2  

Resultaat voor integrale afweging/tekort Voorjaarsnota 2026

Onroerendezaakbelasting
Verrekeningen van opbrengsten uit voorgaande jaren leiden tot een meevaller. Dit positieve effect is het gevolg van het verbetertraject binnen de Belastingsamenwerking gemeenten en hoogheemraadschap Utrecht (BghU) waarbij de belastinggrondslag volledig is geactualiseerd en de achterstanden die in 2023 zijn ontstaan, zijn weggewerkt. Voorgaande jaren hebben deze verrekeningen zich ook voorgedaan. Nu het verbetertraject is afgerond, worden deze verrekeningen in de toekomst niet meer verwacht.

Erfpacht
De gerealiseerde baten op conversies en bestemmingswijzigingen erfpacht zijn hoger dan begroot.

Inkomsten gemeentefonds

De inkomsten uit september- en decembercirculaires van het gemeentefonds zijn hoger dan begroot. Daarnaast hebben de verrekeningen uit voorgaande jaren en de ontwikkeling van de maatstaven geleid tot extra inkomsten. Afwijking op de begrote baten van het gemeentefonds is een jaarlijks terugkerend fenomeen, doordat de september- en decembercirculaires te laat verschijnen om nog te kunnen verwerken in de begroting.

Bijstandsverstrekkingen
Het verwachte tekort bij de tweede bestuursrapportage is lager uitgevallen. Het definitieve resultaat is bepaald door de positieve ontwikkeling van in- en uitstroom in de bijstand en de hoogte van de uitkeringen die de gemeente van het Rijk ontvangt voor bijstandsverstrekkingen. Vorig jaar was er ook een voordeel op de bijstandsverstrekkingen maar het jaar daarvoor een nadeel. Ondanks alle onzekerheden begroten we zo accuraat mogelijk, rekening houdend met de meest actuele inzichten.

Restant, waaronder onderbesteding
Het restant betreft een veelheid aan afwijkingen. Op verschillende programma’s is onderbesteding, bijvoorbeeld door vacatureruimte en vertraging in regionale programma’s voor beschermd wonen. Vertraging in investeringsprojecten en een lagere rente leidden tot lagere kapitaallasten. Een deel van de onderbestedingen betreft restanten van incidentele middelen waarvoor activiteiten lopen of concrete plannen beschikbaar zijn en die doorlopen in 2026. Voor deze middelen wordt via het separate raadsvoorstel over de resultaatbestemming voorgesteld om ze beschikbaar te houden. Onderbesteding door vertraging in projecten en (regionale) programma’s is een jaarlijks terugkerend fenomeen dat we met realistisch ramen in de toekomst willen beperken.

Het positieve resultaat dat resteert na de toevoeging aan algemene dekkingsreserve conform de tweede bestuursrapportage en de voorgestelde resultaatbestemming betreft 22,2 miljoen euro, dat we incidenteel inzetten om een deel van het tekort van de Voorjaarsnota 2026 op te lossen.

Jaarrekeningresultaat per programma
Het jaarrekeningresultaat is een saldo van verschillende voor- en nadelen op de verschillende programma’s. Hieronder staat een aantal grote afwijkingen benoemd die een groot deel van het resultaat verklaren. De afwijkingen en resultaten zijn per programma en per doelstelling nader toegelicht in het jaarverslag.

Resultaat per programma (bedragen x 1.000 euro)

Programma

Actuele begroting 2025

Realisatie 2025

Verschil

Betrouwbare overheid

-61.687

-60.348

1.339

Ontwikkelen en wonen voor iedereen

-7.841

995

8.836

Klimaatvriendelijke stad

-7.048

-6.797

251

Duurzame bereikbaarheid

-2.655

2.375

5.030

Aantrekkelijke groene leefomgeving & erfgoed

-111.778

-110.131

1.647

Veilige stad

-67.312

-67.184

128

Passende ondersteuning en opvang

-243.402

-234.974

8.428

Werk, toekomstbestendige economie en bestaanszekerheid

-156.245

-148.159

8.086

Kansrijk opgroeien

-256.742

-253.346

3.396

Levendige en gezonde stad

-195.429

-197.954

-2.525

Algemene Middelen en Overhead

1.110.138

1.130.092

19.954

Totaal

0

54.570

     54.570

Betrouwbare overheid
Het voordelige resultaat wordt voornamelijk veroorzaakt door onderbesteding op het Initiatievenfonds (0,6 miljoen euro), terughoudendheid in de (personeels-) uitgaven met het oog op de hervormingsbezuinigingen (1,4 miljoen euro) en omdat er voor de niet-geplande extra Tweede Kamerverkiezingen in 2025 een aanvullende rijksvergoeding is verkregen, blijft het gemeentelijke jaarlijkse budget (2,1 miljoen euro) voor verkiezingen beschikbaar voor de egalisatie van kosten van de komende geplande verkiezingen. Een herberekening van de pensioenen van politieke ambtsdragers leidde tot een niet begrote toevoeging aan de bijbehorende voorziening.

Ontwikkelen en wonen voor iedereen
De afwijking bij het programma Ontwikkelen en wonen voor iedereen wordt vooral verklaard door 7,4 miljoen euro hogere opbrengsten uit conversies en bestemmingswijzigingen, met name uit de Conversieregeling Erfpachten 2017. Daarnaast is er een voordelig resultaat van 1,4 miljoen euro op de beleidsontwikkeling en uitvoering van het deelprogramma Huisvesting voor het realiseren van versneld toevoegen van woonruimte. Dit komt vooral doordat activiteiten op dit programma doorschuiven naar 2026.

Duurzame bereikbaarheid
Vacatureruimte en het verminderen van de formatie vooruitlopend op het invullen van bezuinigingen leidt tot onderbesteding. Daarnaast zijn er lagere kapitaallasten door vertraging en verlaging van de rekenrente en heeft het nadeel voor de parkeeropbrengsten zich in mindere mate voorgedaan dan verwacht bij de Voorjaarsnota 2025.

Aantrekkelijke groene leefomgeving & erfgoed
Vertraging bij verschillende projecten van spelen, sporten en bewegen leidt tot lagere lasten dan begroot. In 2025 is ingezet op de benodigde voorbereiding om tot uitvoering te kunnen komen in volgende jaren. Hiermee schuiven de begrote uitvoeringskosten door. Er waren lagere lasten voor het Wervengebied doordat naast de reguliere programmering voor 2025 er ook gewerkt is aan de afronding van de programmering van de investeringen voor 2021-2024. Deze verschuiving zorgt incidenteel voor lagere lasten en ook zorgt het later afronden van de werkzaamheden voor een incidenteel voordeel op de kapitaallasten. Begrote lasten voor leefomgeving en ondergrond schuiven door naar komende begrotingsjaren, zoals het uitvoeringsprogramma "Gezonde lucht voor iedereen 2025-2030" waarbij door de vaststelling de planning is gewijzigd.

Passende ondersteuning en opvang
De afwijking op dit programma betreft vertraging in het verdeelbesluit voor woonplekken voor aandachtsgroepen (2 miljoen euro). Daarnaast zijn er diverse onderbestedingen met betrekking tot persoonsgebonden budget waarvan de inzet afhankelijk is van het gebruik (1 miljoen euro) en het buurtteam waarvoor het in 2024 moeilijk was om aan personeel te komen wat heeft geleid tot terugvordering (1 miljoen euro). Voor beschermd wonen was met de regio rekening gehouden met een hogere uitvoering en buffer voor onvoorziene kosten dan nodig is gebleken (3,7 miljoen euro).

Werk, toekomstbestendige economie en bestaanszekerheid
Het verschil bij dit programma heeft meerdere oorzaken, zoals lagere uitkeringslasten (4,9 miljoen euro) wat voornamelijk komt door positieve ontwikkelingen van de in- en uitstroom in de bijstand door de genomen maatregelen en de hoogte van de definitieve rijksuitkering. Daarnaast is er vrijval van de voorziening dubieuze bijstandsdebiteuren (1,1 miljoen euro) en zijn er hogere incidenteel beschikbaar gestelde rijksbudgetten voor alleenverdienersproblematiek, energietoeslag en voorkomen van problematische schulden (2,8 miljoen euro).

Kansrijk opgroeien
Minder onderhoudskosten door vertraging bij de bouw van schoolgebouwen waarvoor wel rekening was gehouden met budget voor onderhoud, leidt tot een voordeel (3,1 miljoen euro).

Levendige en gezonde stad
De inkomsten van het Rijk voor inburgering zijn in 2025 te hoog ingeschat (2,1 miljoen euro). Daarnaast zijn er lagere huuropbrengsten voor vastgoed doordat begrote indexatie van huuropbrengsten niet in rekening kon worden gebracht.

Algemene Middelen en Overhead
De inkomsten uit de onroerendezaakbelastingen zijn 12,4 miljoen euro hoger dan verwacht. Dit voordeel wordt veroorzaakt doordat meeropbrengsten onroerendezaakbelastingen voor woningen en niet-woningen uit voorgaande jaren zijn verrekend. Het gemeentefonds levert een voordeel op van 15,5 miljoen euro als gevolg van september- en decembercirculaires, verrekeningen uit voorgaande jaren en de ontwikkeling van de maatstaven. Van deze 15,5 miljoen euro is 7,8 miljoen euro beschikbaar gekomen uit de september- en decembercirculaires, wat beschikbaar moet blijven maar wat door het late publicatiemoment van het Rijk niet meer verwerkt kon worden in de begroting en daarom is toegevoegd aan de reserve gemeentefonds. Voor overhead is een voordeel van 4,4 miljoen euro, met name door onderbesteding van ICT-budgetten die grotendeels via een toevoeging aan de reserves beschikbaar wordt gehouden voor komende jaren.

Reservepositie
De reservepositie blijft in lijn met voorgaand jaar en kan als stabiel worden beschouwd. Het merendeel van de reserves bestaat uit bestemmingsreserves die zijn geoormerkt voor specifieke doeleinden en daardoor niet vrij besteedbaar zijn. Ten opzichte van het jaar 2024 neemt het saldo van de bestemmingsreserves met 61 miljoen euro toe. Dit wordt met name verklaard door gereserveerde middelen voor specifieke beleidsdoelen en faseringen in de uitvoering van het beleid. Tegelijkertijd zien we een daling van de algemene dekkingsreserve in 2025 met 31 miljoen euro, met name als gevolg van de onttrekking van de majeure bijstellingen in de Tweede bestuursrapportage 2025. Het deel van de algemene reserve dat onderdeel uitmaakt van de beschikbare weerstandscapaciteit blijft ongewijzigd.

In lijn met motie 551 “Minder is meer” gaan we de reserves kritisch beoordelen op nut en noodzaak en het inzicht van de raad versterken. Momenteel voeren wij een verdiepende analyse uit naar de samenstelling en inzet van onze reserves. Er wordt gewerkt aan actualisatie van kaders voor het reservebeleid, zodat deze beter aansluiten bij de huidige financiële positie en de toekomstige opgaven.

Verloop reserves (bedragen x 1.000 euro)

Actuele financiële positie
Het is van belang de financiële kengetallen in samenhang te bezien en de ontwikkeling daarvan over meerdere jaren te volgen. Een lagere score op een individueel kengetal in een bepaald jaar hoeft op zichzelf geen reden tot zorg te zijn. Wanneer meerdere kengetallen zich gedurende meerdere jaren ongunstig ontwikkelen, is bijsturing noodzakelijk. Over het geheel genomen scoren wij op de financiële kengetallen redelijk goed. Uit onderstaande tabel blijkt dat onze financiële positie op basis van de Jaarstukken 2025 als gezond kan worden beschouwd. Het voordelige jaarrekeningresultaat heeft een incidenteel karakter, voor de komende jaren is de verwachting voor de financiële positie minder rooskleurig.

De jaarrekening kent een structurele exploitatieruimte van 3,43%. Ten opzichte van de Programmabegroting 2025 is dit een verbetering van 2,46%, waarmee de structurele positie van de gemeente is versterkt. Per saldo komt het kengetal van de structurele exploitatieruimte neer op ongeveer 73 miljoen euro (3,43% van de totale gerealiseerde baten). De 73 miljoen euro bestaat voornamelijk uit de toename van de gemeentefondsuitkering en onroerendezaakbelasting.

Wendbaarheid

Verslag 2024

Begroting 2025

Verslag 2025

Structurele exploitatieruimte

0,65%

0,97%

3,43%

Gezond

Belastingscapaciteit Woonlasten meerpersoonshuis*

115%

131%

120%

Risicovol

Solvabiliteitsratio  

25,0%

21,7%

25,6%

Neutraal

Netto schuldquote

72,8%

81,9%

73,0%

Gezond

Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen

71,1%

80,6%

71,5%

Gezond

Grondexploitatie

5,3%

3,6%

4,6%

Gezond

* In de programmabegroting is gebruikgemaakt van het landelijke gemiddelde van vorig jaar en is de OZB aanslag 2024 geïndexeerd. In de jaarrekening wordt gerekend met het actuele landelijke gemiddelde en het werkelijk vastgestelde OZB tarief en WOZ waarden van een Utrechtse koopwoning. Dit geeft een realistischer beeld van de Utrechtse woonlasten.

De ontwikkeling en onderlinge samenhang van de financiële kengetallen over de afgelopen jaren, zoals weergegeven in onderstaande grafiek en tabel, laten een geleidelijk minder gunstige ontwikkeling zien en vraagt om alertheid. De netto schuldquote stijgt naar 73,0% in de Jaarrekening 2025 waar 81,9% was begroot. De verbetering van de netto schuldquote in de jaarrekening is veroorzaakt doordat er in 2025 minder noodzaak was voor het aantrekken van vreemd vermogen. Parallel hieraan daalt de solvabiliteit in de afgelopen jaren van 38,1% in 2022 naar 25,6% in 2025. De solvabiliteit volgens de Jaarrekening 2025 is, anders dan in de Programmabegroting 2025 was voorzien, boven de 25% gebleven. Dit wordt met name verklaard door het positieve jaarrekeningresultaat en de toename van het saldo van de bestemmingsreserves. Het kengetal grondexploitatie is in de Jaarrekening 2025 minder gedaald dan we in de Programmabegroting 2025 hadden voorzien. De belastingcapaciteit laat in meerjarig perspectief een stijgende trend zien. Ten opzichte van de Programmabegroting 2025 zien we een daling van 11% door een hoger vastgesteld landelijk gemiddelde en verbeterde rekenmethodiek.

Gerealiseerde netto schuldquote en solvabiliteit in de afgelopen jaren

De vergelijking van de financiële kengetallen tussen de Programmabegroting 2025 en de Jaarrekening 2025 laat zien dat de financiële kengetallen zich in de jaarrekening gunstiger ontwikkelen dan oorspronkelijk in de begroting was voorzien. Dit hangt samen met onderuitputting van middelen, hogere gerealiseerde baten dan geraamd en uitdagingen in de uitvoeringskracht, waardoor lasten doorschuiven naar latere jaren. Deze vergelijking benadrukt de lastige voorspelbaarheid, maar ook het belang van realistisch ramen voor een beheerste ontwikkeling van de financiële positie.

BBV verplichte kengetallen

Verslag 2022

Verslag 2023

Verslag 2024

Begroting 2025

Verslag 2025

Netto schuldquote

60,4%

69,4%

72,8%

81,9%

73,0%

Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen

58,9%

67,8%

71,1%

80,6%

71,5%

Solvabiliteitsratio

38,1%

32,4%

25,0%

21,7%

25,6%

Kengetal grondexploitatie

4,2%

6,3%

5,3%

3,6%

4,6%

Structurele exploitatieruimte

1,25%

-1,18%

0,65%

0,97%

3,43%

Belastingcapaciteit Woonlasten meerpersoonshuishoudens

109,2%

112,4%

115%

131%

120%

Investeringen in onze stad en inwoners
We investeren jaarlijks vele miljoenen euro’s in de groei van onze stad en om de stad in goede staat te houden en te verbeteren. Denk bijvoorbeeld aan wegen, (school)gebouwen, sportvoorzieningen, riolering en groen. Onze bezittingen (vaste activa) nemen door deze investeringen toe. Bij de programmabegroting worden de investeringskredieten voor de gehele looptijd van een project geautoriseerd. De investeringsuitgaven worden meestal verspreid over meerdere jaren gerealiseerd.
Bij grote investeringsportefeuilles is het gebruikelijk dat niet alle voorgenomen investeringen conform planning kunnen worden uitgevoerd. Er is altijd sprake van onvoorziene gebeurtenissen, waardoor sommige projecten vertraging oplopen en het realisatiepercentage lager ligt dan 100%. Aan langere dan verwachte doorlooptijden kunnen veel verschillende redenen ten grondslag liggen. Ze kunnen bijvoorbeeld ontstaan door externe factoren zoals capaciteitstekorten in de bouwsector en juridische procedures, door scope-wijzigingen en door interne factoren, zoals beperkt beschikbare capaciteit in de eigen organisatie. Ook netcongestie kan leiden tot langere doorlooptijd. Om een continue investeringsuitvoering te realiseren is enige overprogrammering nodig, omdat vooraf niet bekend is waar vertraging zich gaat voordoen. Om sturingsinstrumenten voor investeringen voor de raad, college en ambtelijke organisatie op het juiste niveau te brengen, zijn we in 2025 begonnen met het meerjarige programma Grip op investeringen. In de twee raadsbrieven over Grip op investeringen die we op 19 maart 2026 hebben verstuurd, zijn we ingegaan op de omvang van de gemeentelijke investeringsopgave en de planning en voortgang van het programma.

In de Programmabegroting 2026 is er in totaal voor 2,608 miljard euro aan geplande en (geautoriseerde) investeringen opgenomen die ook de komende jaren nog worden gerealiseerd. Tot en met 2024 was daarvan 679 miljoen euro gerealiseerd. In 2025 is daar 222 miljoen euro aan gerealiseerde investeringsuitgaven bijgekomen. Een toename ten opzichte van 2024, in dat jaar is er 207 miljoen euro aan investeringen gerealiseerd. De toename wordt deels veroorzaakt door bouwkostenstijging en deels door toename van de uitvoeringskracht. In de Programmabegroting 2025 was de verwachting voor het jaar 2025 dat er 373 miljoen euro zou worden geïnvesteerd. Daarvan is met 222 miljoen euro 59% gerealiseerd. In de actuelere Programmabegroting 2026 was voor het jaar 2025 346 miljoen euro aan investeringsuitgaven verwacht, waarmee het realisatiepercentage voor 2025 op 64% komt. De afwijkingen staan per programma en per doelstelling nader toegelicht in het jaarverslag en worden met name verklaard door vertraging in de uitvoering van projecten. NB Investeringsbedragen worden geactiveerd op de balans en leiden niet direct en evenredig tot exploitatielasten. Wanneer investeringen zijn afgerond dan leiden ze tot kapitaallasten (rente en afschrijving) ten laste van de begroting.

Voor vertraging van investeringsprojecten zijn verschillende oorzaken. In onderstaande figuur is te zien dat er met name minder investeringen zijn gedaan dan geraamd bij de onderstaande programma’s. Daarbij zijn de belangrijkste redenen voor vertraging aangegeven. Met het meerjarige programma Grip op investeringen wordt de komende periode het inzicht in oorzaken van vertraging verder vergroot.

  • Duurzame bereikbaarheid: Het verschil wordt voor een groot deel veroorzaakt door vertraging op de voortgang van een aantal projecten, met name de projecten OV Verbinding Overvecht, Integrale aanpak NRU, Westelijke Stadsboulevard en verschillende fietsverbindingen.
  • Aantrekkelijke groene leefomgeving: Verwerking van subsidies voor het programma werven, groot onderhoud aan civiele constructies (zoals bruggen en tunnels) in plaats van vervangingsinvesteringen. Vertragingen bij groenprojecten, openbare verlichting, verkeersregelinstallaties en speelobjecten door gebrek aan (markt)capaciteit en aanbestedingsprocedures. Vervangingsprojecten voor ondergrondse afvalcontainers

zijn door vertragingen in aanbestedingsprocedures niet gerealiseerd in 2025.

  • Kansrijk opgroeien: Vertragingen in vervangings- en uitbreidingsprojecten voor onderwijshuisvesting door netcongestie, aanvullende onderzoeken, variantenstudies, capaciteitsproblemen, tegenvallende aanbestedingen, benodigde aanvullende besluitvorming en discussies met schoolbesturen over eindafrekeningen.
  • Levendige en gezonde stad: Vertraging bij sportvoorzieningen door netcongestie (bijvoorbeeld zwembad Maximapark en sporthal Cartesius), bezwaren bij aanbestedingen, ontwerpfouten, capaciteitsproblemen, heroverweging van de projectaanpak en -invulling, politieke besluitvorming, technische vertragingen en bezwaren van omwonenden. Vertraging bij vastgoedprojecten door langere doorlooptijd van definitie en ontwerpfase, langere aanbestedingstrajecten, het later verlenen van omgevingsvergunningen, het wisselen van architecten, onvoorziene omstandigheden in de uitvoering, personeelstekorten, dekkingsvraagstukken en netcongestie (bijvoorbeeld Depot).

De grote investeringsambities en de beperkte middelen om deze te realiseren, vragen om zorgvuldige sturing, met aandacht voor planningsoptimisme, betaalbaarheid, financierbaarheid en uitvoerbaarheid van investeringsopgaven. Door externe factoren zullen er altijd afwijkingen van de begroting zijn. Met een realistische investeringsbegroting willen we de komende jaren een hoger realisatiepercentage behalen dan de afgelopen jaren.

Investeringsuitgavenraming en realisatie per programma in 2025 (bedragen x miljoen euro)

 .

Rechtmatigheidsverantwoording Het college legt bij de Jaarstukken 2025, net als over 2023 en 2024, verantwoording af over de rechtmatigheidDe accountant geeft geen afzonderlijk oordeel meer over de rechtmatigheid. Met de in de jaarrekening opgenomen rechtmatigheidsverklaring legt het college verantwoording af over de financiële rechtmatigheid van de uitgevoerde activiteiten. De grondslag voor deze verantwoording is de Kadernota Rechtmatigheid 2025 van de Commissie BBV.

Op basis van interne controles wordt vastgesteld in welke mate de uitvoering rechtmatig heeft plaatsgevonden conform de geldende externe en interne wet- en regelgeving. De toets bestaat uit drie onderdelen: 

  • Voorwaardencriterium: zijn de externe en interne regelgeving nageleefd conform het door de raad vastgesteld normenkader? 
  • Begrotingscriterium: zijn de afwijkingen op lasten en baten gerealiseerd ten opzichte van de vastgestelde begroting rechtmatig volgens de door de raad vastgestelde beoordelingscriteria? 
  • Misbruik en oneigenlijk gebruik-criterium: betreft het voorkomen, detecteren en corrigeren van misbruik en oneigenlijk gebruik bij de bestedingen van de overheidsgelden en gemeentelijke eigendommen.

De verantwoordingsgrens heeft de raad vastgesteld op 2% van de totale lasten, exclusief toevoegingen aan reserves. Voor 2025 is deze grens 41,8 miljoen euro. Op basis van de grondslagen uit de kadernota Rechtmatigheid 2025 is voor 29,5 miljoen euro aan onrechtmatigheden geconstateerd (dit valt ruim binnen de grens van 2%), waarvan 2,6 miljoen euro voortvloeit uit het begrotingscriterium en 26,9 miljoen euro uit het voorwaardencriterium.

Binnen de begrotingsrechtmatigheid wordt de onrechtmatigheid met name veroorzaakt door storting in de voorziening wethouderspensioenen voor 1,5 miljoen euro (betreft geaccepteerde onrechtmatigheid conform vastgesteld beleid) en door overschrijding van het investeringskrediet bij het programma levendige en gezonde stad voor 0,8 miljoen euro. Dit betreft het project Kunstgrasveld Burgermeester Norbruislaan waarbij de overschrijding het gevolg is van hogere uitvoeringskosten.

Ten aanzien van het voorwaardencriterium heeft het college aan de hand van uitgevoerde verbijzonderde interne controles geconstateerd dat bij inkoop en aanbesteden 26,9 miljoen euro aan onrechtmatigheden heeft plaatsgevonden. Dit is een toename van 20,2 miljoen euro ten opzichte van 2024 en wordt vooral veroorzaakt door overschrijding van de overeengekomen contractduur (9,3 miljoen euro) en overschrijding van maximum te declareren uren (8,6 miljoen euro). Daarnaast is er ten onrechte geen Europese aanbesteding gedaan bij diverse contracten (4,5 miljoen euro) en 4,0 miljoen euro onrechtmatigheid betrof een verstrekte subsidie. Er worden concrete maatregelen genomen, zoals het aanpassen van formats van inhuurcontracten en ieder kwartaal interne controle op inkopen en aanbestedingen om deze onrechtmatigheden te voorkomen en te beperken.

Ten aanzien van het misbruik en oneigenlijk-gebruik criterium zijn geen onrechtmatigheden geconstateerd.

Het college stelt dat de in deze jaarrekening verantwoorde baten en lasten alsmede de balansmutaties rechtmatig tot stand zijn gekomen binnen de daarvoor door de raad gestelde grens.

Deze pagina is gebouwd op 05/18/2026 08:30:04 met de export van 05/13/2026 17:52:13