Gedeeltelijke duidelijkheid inkomsten Rijk
Afgelopen jaren was er veel onzekerheid over de inkomsten uit het gemeentefonds. In het coalitieakkoord van D66, VVD en CDA is hier duidelijkheid over gekomen. De eerder ingeboekte bezuinigingen blijven staan. De structurele korting moet dus binnen de gemeentebegroting worden opgevangen. Met het pakket aan bijsturingen uit de Voorjaarsnota 2024 en 2025 is hier ook al invulling aan gegeven.
De onzekerheid over de verdeling van de middelen uit het gemeentefonds blijft wel bestaan. Sinds 2019 is het Rijk bezig met een herijking van het gemeentefonds. De resultaten van deze herijking zijn per 2023 deels ingevoerd. Hierbij is ook aanvullend onderzoek aangekondigd. Na meerdere malen uitstel is aangekondigd dat in de meicirculaire 2026 de aanpassingen op het verdeelmodel op basis van het aanvullende onderzoek worden gepubliceerd. Het is moeilijk te zeggen of dit voor Utrecht een voor- of een nadeel zal opleveren en wat de omvang daarvan dan zal zijn.
Beoordeling financiële positie
De financiële positie van gemeente Utrecht is in de Jaarrekening 2025 beter dan waar in de Begroting 2025 vanuit werd gegaan. De netto schuldquote, grondexploitatie en structurele exploitatieruimte kunnen als minst risicovol worden gecategoriseerd en vallen beter uit dan geraamd in de Begroting 2025. Ten opzichte van de Jaarrekening 2024 is de schuld wel opgelopen, maar deze valt nog ruim in de minst risicovolle categorie. De structurele exploitatieruimte is aanzienlijk verbetert ten opzichte van de Jaarrekening 2024 mede vanwege het positieve rekeningresultaat. De solvabiliteit en de belastingcapaciteit woonlasten meerpersoonshuishoudens zijn beter dan begroot en stabiel ten opzichte van de vorige jaarrekening. De belastingcapaciteit laat zien dat de woonlasten in Utrecht hoger zijn dan het gemiddelde. De ruimte om extra inkomsten te genereren via de belastingen is daarmee beperkt.
Actualisatie risicoprofiel
Het risicoprofiel is geactualiseerd ten opzichte van de Begroting 2026. Voor een aantal onderwerpen waarvoor in de Begroting 2026 een risico was opgenomen is besloten daarop actief bij te sturen. Hiervoor worden in de Voorjaarsnota 2026 voorstellen gedaan. Hierdoor is onder andere het risico Einde levensduur civiele constructies komen te vervallen. Een andere belangrijke wijziging is dat het risico voor de autonome groei van de Wmo en de Jeugdwet is gesplitst naar Jeugdzorg en Wmo. Doordat deze risico’s leiden tot een mogelijk structureel nadeel, is hun beslag op de beschikbare weerstandscapaciteit ook toegenomen.
In de Top-10 zijn twee nieuwe risico's opgenomen. Eén risico dat het Rijk toch niet de middelen beschikbaar maakt voor het oplossen van de knelpunten rond Netcongestie die in de VJN 2025 zijn opgenomen en een risico voor de gevolgen van extreem weer als gevolg van klimaatverandering voor ons eigen vastgoed. Buiten de top-10 is ook een risico opgenomen voor calamiteiten in de openbare ruimte zoals door omgevallen bomen en plotselinge schade aan het wegdek. Hierin zijn ook de gevolgen van extreem weer meegenomen.
