Het betalingsverkeer van Utrecht vindt volledig gecentraliseerd plaats. Dit betreft het beheer van het gemeentelijke rekeningstelsel, het coördineren van bevoegdheden, het verrichten van feitelijke betalingen en het incasseren van vorderingen. Naast BNG Bank als huisbankier heeft de gemeente een betalingsverkeerrelatie met de Rabobank in het licht van onze derivaten.
Saldobeheer
Vanuit het centrale beheer wordt de gemeentelijke saldoregulatie gedaan. Dit houdt in dat tekorten of overschotten in rekening courant worden aangevuld respectievelijk uitgezet en wel zodanig dat het gemeentelijke banksaldo zoveel mogelijk naar nul wordt gestuurd, hierbij rekening houdend met de wettelijke bepalingen inzake kasgeldlimiet en de Regeling Schatkistbankieren. In 2025 kwam dit hoofdzakelijk neer op indekking van tekortsaldi. Dit wordt per dag beoordeeld. Gedurende 2025 zijn 268 kas- en daggeldtransacties gedaan met een totale hoofdsom van circa 14,6 miljard euro. Begin 2025 moesten deze transacties nog worden aangegaan tegen een rente van circa 3%, maar gedurende 2025 daalde de geldmarktrente tot een niveau van circa 2% per eind 2025. De gemiddelde rente voor geldmarkttransacties over 2025 bedroeg circa 2,27%.
Het opvangen van tekortsaldi door middel van kas- en daggeldtransacties is in termen van rentekosten voordeliger dan dat dit binnen de kredietlimiet plaatsvindt (‘roodstand’). Over 2025 leverde dit een besparing op van 0,36 miljoen euro.
Schatkistbankieren
Op grond van de Regeling Schatkistbankieren dienen decentrale overheden tijdelijk overtollige geldmiddelen in ’s Rijks Schatkist aan te houden, dit met uitzondering van een zeker drempelbedrag. Wel mogen overtollige middelen bij medeoverheden worden uitgezet.
Voor 2025 bedroeg het drempelbedrag voor de gemeente Utrecht 13,32 miljoen euro. De gemiddelde stand van de gedurende 2025 buiten de Schatkist aangehouden middelen bedroeg circa 1,9 miljoen euro. Daarmee heeft de gemeente in 2025 ruim binnen dit drempelbedrag geopereerd. Voor een nadere specificatie hiervan verwijzen wij u naar de tabel in toelichting op de balans onder de post Uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan één jaar.
Gedurende 2025 hebben er 3 tijdelijke plaatsingen in de Schatkist plaatsgevonden en 5 onttrekkingen. Per 31 december 2025 hadden wij geen saldo in de Schatkist uitstaan. Net als de rente over op te nemen kortlopende leningen daalde de rentevergoeding over in de Schatkist geplaatste geldmiddelen gedurende 2025 naar een niveau van circa 1,9% per eind 2025.
