Doelstellingen

1: Stedelijke omgeving

Doelstelling 1: Stedelijke omgeving

Diverse en veilige stedelijke omgeving draagt bij aan de randvoorwaarden voor een prettig en gezond leven.

Wat hebben we bereikt in 2025?

  • We werkten aan de stad met als uitgangspunt groei in balans en vanuit de visie dat we een 10-minutenstad ontwikkelen. Dat betekent dat de groei van het aantal woningen gepaard moet gaan met toekomstbestendige, levendige wijken en dat we (wijk)werkgelegenheid, groen, maatschappelijke voorzieningen en investeringen in duurzame mobiliteit en energietransitie mee willen laten groeien met de groei van de stad.
  • Met de Utrechtse Aanpak hebben we maatregelen genomen om de woningbouw op gang te houden en gebiedsontwikkelingen doorgang te laten vinden. Mede door de Utrechtse Aanpak zijn er 4.195 woningen in 2025 in aanbouw gegaan. 
  • Het behalen van al onze ambities wordt steeds lastiger door veranderde marktomstandigheden zoals gestegen kosten en rentelasten en minder beschikbare middelen. We moeten daarom concessies doen en we zien dat het steeds vaker knelt om alle ambities te realiseren.
  • Netcongestie levert spanningen op voor de nieuwbouwopgave in de stad. De nieuwe aansluitmogelijkheden zijn beperkt en mitigerende maatregelen leveren geen sluitende oplossing.  Er is urgentie en daadkrachtig ingrijpen nodig door Rijksoverheid en netbeheerder om vertraging van de bouwproductie te verminderen

Beleidskader

Deze doelstelling komt voort uit onderstaande beleidsdocumenten

Beleidsdocument

Vastgesteld

Toelichting

Ruimtelijke Strategie Utrecht 2040

2021

Strategische visie voor de stad voor de ontwikkeling van de fysieke leefomgeving.

Aanvulling Ruimtelijke Strategie Utrecht 2040

2023

Aanvullende richtinggevende afspraken op de RSU2040 naar aanleiding van het coalitieakkoord.

Grondprijzenbrief 2024

2024

Actualisatie van de geldende grondprijzen voor het jaar 2024.

Het Utrechts Grondbeleid

2024

Beschrijft de verschillende instrumenten van het grondbeleid die bijdragen aan het behalen van de doelstellingen van de gemeente.

Effectindicatoren

Activiteiten

Nieuwe activiteiten in 2025
Deze activiteiten hebben we gerealiseerd zoals in de Programmabegroting 2025 opgenomen.

  •  In 2025 hebben we gewerkt aan verschillende ontwikkelingen. Zo is van verschillende projecten het UPG proces opgestart zoals Rosendael (Indusdreef) en P+R / Aidadreef en het Gezondheidscentrum met woningen Meerndijk.
  • Er zijn in 2025 planproducten vastgesteld, zoals het SPvE Hojel I, het SPvE Steck, de Nota van Uitgangspunten Fase 2 Merwede, de Bouwenvelop Briljantlaan en het bestemmingsplan circulair bedrijvenpark Strijkviertel.
  • De bouw van verschillende projecten is gestart. In 2025 is de bouw gestart van ruim 2500 woningen in Merwedekanaalzonde deelgebied 5. De laatste bouwblokken van Merwede worden naar verwachting in 2033 opgeleverd. Daarnaast is bij het Thomas á Kempisplantsoen gestart met de bouw en zijn in Leeuwesteyn en Rijnvliet verschillende bouwvelden in aanbouw gegaan.
  • In 2025 is gewerkt aan de Leidende Principes Rijnenburg die eind 2025 door het College zijn vastgesteld (en 29 januari 2026 door de raad vastgesteld). Ook is in 2025 gewerkt aan de voorbereidingen voor het opstellen van de Uitgangspuntennotitie Rijnenburg (gereed tweede helft 2026).
  •  De beleidsnota omgevingsvisie Overvecht 2040 is op 20 februari 2025 vastgesteld door de gemeenteraad.
  • Het Masterplan Overvecht Centrum is op 18 december 2025 vastgesteld door de gemeenteraad.
  • Het SPvE gebiedsontwikkeling Galgenwaard is eind december 2025 voorgelegd aan het college en in januari 2026 ter besluitvorming voorgelegd aan de raad.
  • In 2025 is gewerkt aan een nota van uitgangspunten voor de Ravellaan 96, deze bieden we conform afspraak in Q1 2026 ter besluitvorming aan gemeenteraad.
  • Op 17 juli 2025 is het Omgevingsplan voor de ontwikkeling van fase 1 van Merwedekanaalzone Deelgebied 6 vastgesteld.
  • We hebben aan verschillende openbare ruimte projecten gewerkt. Het ontwerpproces voor de herinrichting van het Balijeplein en Waalstraat Oost is gestart. Balijeplein wordt naar verwachting in 2029/2030 opgeleverd en Waalstraat Oost in 2028. Dit in verband met de latere realisatie van de bruggen in Merwede.
  • Voor het Janskerkhof is in 2025 is gewerkt aan het Schets Ontwerp (SO), we liggen op koers voor de realisatie in 2028.
  • De uitvoering Park Paardenveld is in 2025 gestart. Oplevering in het voorjaar 2026.
  • In 2025 is de bouwteamfase opgestart met de aannemer en is gezamenlijk gewerkt aan een uitvoeringsfasering en uitvoeringsontwerp. Eneco heeft het eerste deel van de stadsverwarming (tussen Damstraat en Croeselaan) verlegd. 
  • Omgevingswet: in 2025 hebben wij onderzocht hoe de Utrechtse omgevingsvisie zich verhoudt tot de uitgangspunten van de Omgevingswet. U bent hierover 1e kwartaal 2026 per raadsbrief geïnformeerd.
  • Erfpachtbeheer, Conversie en bestemmingswijzigingen en Uitgifte Gemeentelijke Eigendommen:In 2025 is uitvoering gegeven aan hetgeen is opgenomen in de Programmabegroting 2025 ten aanzien van Erfpachtbeheer, Conversie en bestemmingswijzigingen en Uitgifte Gemeentelijke Eigendommen: bij het einde van het 50-jarige tijdvak van de Algemene Bepalingen 1974 (AB74) worden de gewijzigde Algemene Bepalingen ter besluitvorming aangeboden inclusief de methode om de gewijzigde grondwaarde en canon vast te stellen. In de raadsbrief hebben wij u geïnformeerd over de aangepast planning van deze besluitvorming.

Activiteiten die we niet meer zouden doen in 2025
Deze activiteiten hebben we in lijn met de Programmabegroting 2025 beëindigd in 2025.

  • De variantenstudie Maarschalkerweerd Noord is door het college vastgesteld. Op het moment dat er financiële middelen beschikbaar zijn, dan zal de planuitwerking worden doorgestart. De omgeving is hierover geïnformeerd.

Activiteiten die we zouden blijven doen in 2025 
Deze activiteiten hebben we uitgevoerd zoals in de Programmabegroting 2025 opgenomen.

  • We hebben verder gewerkt aan de lopende projecten in het MPR.
  • In 2025 is de 5e tranche Utrechtse Aanpak vastgesteld waarmee gerichte maatregelen genomen zijn om de woningbouw op gang te houden.  
  •  We hebben verder gewerkt aan het versnellen van planprocessen met de implementatie van het UPG.
  • Voor MIRT verkenning OV en Wonen is in 2025 een subsidie aanvraag voor de Merwedelijn toegekend waarmee de financiële randvoorwaarden zijn ingevuld om een voorkeursalternatief te kunnen vaststellen. De definitieve besluitvorming vindt plaats in Q4 2026.
  •    Het MIRT-onderzoek A12-zone en Rijnenburg is in 2025 afgerond. Op basis hiervan hebben met de Rijk en regio afgesproken om vervolgonderzoek te doen naar de bereikbaarheid van Groot Merwede Rijnenburg.
  •  In 2025 is de scenariostudie Stedelijke Knoop Lunetten-Koningsweg opgeleverd en door het college vastgesteld. Op basis van de aangenomen moties na bespreking in de raad is de voorkeursrichting voor verdere uitwerking aangepast.
  • Omgevingswet: de invoering van de Omgevingswet heeft op 1 januari 2024 plaatsgevonden en er is sprake van een implementatie- en transitieperiode. Om voor de wettelijke termijn van 2032 een definitief omgevingsplan te hebben zijn ook in 2025 de nodige stappen gezet. Zo is december 2025 de 2e wijziging omgevingsplan ter inzage gegaan waarmee o.a. de eerste tien bestemmingsplannen worden overgezet. Ook over de verdere ontwikkeling van de omgevingsvisie bent u geïnformeerd. In de raadsbrief Evaluatie Omgevingswet  hebben we u hierover 1e kwartaal 2026 geïnformeerd.
  • Voor het Lombokplein is in 2025 is de bouwteamfase opgestart met de aannemer en is gezamenlijk gewerkt aan een uitvoeringsfasering en uitvoeringsontwerp. Eneco heeft het eerste deel van de stadsverwarming (tussen Damstraat en Croeselaan) verlegd.
  • De concept variantenstudie voor sportpark Nieuw Welgelen, inclusief voorlopige voorkeursvariant, is in mei 2025 door het college vrijgegeven voor participatie met de omgeving.
  • In diverse deelgebieden in Leidsche Rijn en Vleuten de Meern is verder gewerkt aan de planontwikkeling, bouwrijpmaken, bouw van woningen en bedrijven en oplevering van openbare ruimte in woon- en werklocaties. Park Leeuwesteyn is grotendeels aangelegd.

Financiën 1: Stedelijke omgeving

In onderstaande tabel zijn de verschillen in de baten, lasten en reserves tussen de realisatie en actuele Begroting 2025 toegelicht. 

 

  x € 1.000

Toelichting verschillen

Bedrag

I/S

Baten

14.693

Het verschil tussen begroting en realisatie van de grondexploitaties is opgebouwd uit het geprognosticeerd eindresultaat van de grondexploitaties en de gerealiseerde lasten en baten in 2025 (cashflow). Voor een gedetailleerde toelichting op de ontwikkeling van de geprognosticeerde eindresultaten verwijzen wij naar het Meerjaren Perspectief Ruimte 2026.

Resultaat grondexploitaties
In 2025 is op basis van de POC methode -4,734 miljoen euro tussentijdse winst teruggenomen: -3,983 miljoen euro uit de grondexploitatie Leidsche Rijn Uitvoeringsprogramma en -1,007 miljoen euro uit de grondexploitatie Oudenrijn West. Daarnaast is 0,256 miljoen euro tussentijds winst genomen op de grondexploitatie Merwedekanaalzone deelgebied 4 Defensieterrein.

Gekoppeld aan het voorstel over de uitwerking van de bestendige bekostigingssystematiek voor de groei van de stad die nodig is met het oog op besluitvorming over toekomstige investeringen, is bij de Voorjaarsnota 2025 besloten om de bijdrage die de gemeente ontvangt uit de door de rijksoverheid aangekondigde 'Realisatiestimulans woningbouw" te reserveren binnen de reserve grondexploitaties. Conform BBV-voorschriften zijn nog te ontvangen subsidies in 2025 reeds verantwoord (7,427 miljoen euro).
Het resultaat op de verantwoorde bijdrage woningbouwimpuls Merwede (6,636 miljoen euro) betreft de egalisatie van bijdrage versus de daaraan gekoppelde kosten. Deze kasstromen zijn jaarlijks niet gelijk en worden geëgaliseerd via de reserve grondexploitaties. Dit heeft geen effect op het meerjarig verloop van de reserve.​

9.329

I

Grondexploitatie Leidsche Rijn
De gerealiseerde baten zijn 17,662 miljoen euro lager dan begroot. Dit is veroorzaakt door naar 2026 uitgestelde uitgiftes in Papendorp ad. 8,937 miljoen euro, in Leeuwesteyn Noord ad. 8,526 miljoen euro en overige uitgiftes ad. 0,199 miljoen euro.

     -17.662

I

Binnenstedelijke grondexploitaties
De totale gerealiseerde baten zijn 5,172 miljoen euro hoger dan begroot:

  • De gerealiseerde baten in de binnenstedelijke grondexploitaties zijn 4,147 miljoen euro lager dan begroot.
  • De overige baten zijn 9,319 miljoen euro hoger dan begroot.

De gerealiseerde baten in de binnenstedelijke grondexploitaties zijn 4,1 miljoen euro lager dan begroot. Dit wordt met name verklaard door de administratieve verwerking van de winstneming 2024 van de grondexploitatie Merwedekanaalzone deelgebied 4 Defensieterrein.

De overige baten zijn per saldo 9,3 miljoen euro hoger dan begroot. Dit houdt verband met de egalisatie van de verantwoorde bijdrage woningbouwimpuls Merwede versus de daaraan gekoppelde kosten (5,8 miljoen euro hoger) en een onttrekking uit de voorziening onderhanden werk om de waardecorrectie op de post bouwgrond in exploitatie op het juiste niveau te  brengen (5,6 miljoen euro hoger). Daarnaast zijn er kosten gemaakt met betrekking tot planbegeleiding (2,1 miljoen euro lager). Omdat we deze kosten nog in rekening gaan brengen bij ontwikkelaars boeken we deze over naar de balans. Doordat de kosten lager zijn, is de overboeking naar de balans ook lager.

5.172

I

Stationsgebied
De gerealiseerde baten zijn 0,629 miljoen euro hoger dan begroot. Dit verschil wordt vooral verklaard door op derden verhaalde kosten voor de omgeving Sijpesteijn en de Knoop.

629

I

Investeringsimpuls RSU
Dit bedrag bestaat uit ontvangen bijdragen voor de uitvoering van ruimtelijke ontwikkelingsprojecten. De geprognosticeerde eindstand van de projecten lichten wij toe in het Meerjaren Perspectief Ruimte 2026 (MPR 2026).

666

I

Gebiedsmanagement
De omzet op intentie- en anterieure overeenkomsten gesloten met ontwikkelende partijen in de stad was in 2025 hoger dan verwacht. Onderdeel van deze overeenkomsten is het verhalen van de plankosten. Zowel de baten als de lasten zijn 4,702 miljoen euro hoger dan begroot.

4.702

I

Erfpachtbeheer
 De gerealiseerde baten op erfpachtbeheer zijn 0,606 miljoen euro hoger dan begroot. Dit positieve verschil wordt voornamelijk veroorzaakt door hogere opbrengsten uit de levering van bloot eigendom (0,378 miljoen euro), canonopbrengsten (0,115 miljoen euro) en overige opbrengsten (0,113 miljoen euro).Tegenover deze hogere baten staan ook extra lasten, die samenhangen met het erfpachtbeheer en de genoemde transacties.

606

I

Conversies en bestemmingswijzigingen erfpacht
De gerealiseerde baten op conversies en bestemmingswijzigingen erfpacht zijn 7,426 miljoen euro hoger dan begroot.
Dit verschil wordt vooral verklaard door hogere opbrengsten
uit de Conversieregeling Erfpachten 2017. In 2025 betreft dit 6,463 miljoen euro. De overige opbrengsten van conversies en bestemmingswijzigingen erfpacht zijn 0,963 miljoen euro hoger dan begroot.

7.426

I

Beleidsontwikkeling Grondzaken
De gerealiseerde baten zijn 1,296 miljoen euro hoger dan begroot. Dit verschil wordt vooral verklaard door hogere opbrengsten voor verschillende Europese (project) subsidies.

1.296

I

Strategische verwerving
Zowel de baten als lasten in verband met het beheer van de strategische verwervingen zijn 3,105 miljoen euro hoger.

3.105

I

Overige baten

-576

I

Lasten

7.892

Het verschil tussen begroting en realisatie van de grondexploitaties is opgebouwd uit het geprognosticeerd eindresultaat van de grondexploitaties en de gerealiseerde lasten en baten in 2025 (cashflow). Voor een gedetailleerde toelichting op de ontwikkeling van de geprognosticeerde eindresultaten verwijzen wij naar het Meerjaren Perspectief Ruimte 2026.

Resultaat grondexploitaties
In 2025 is 2,519 miljoen euro gedoteerd aan de voorziening negatieve grondexploitaties om de risicovoorziening op het voor het Meerjaren Perspectief Ruimte, benodigde niveau te brengen.
Daarnaast is 0,407 miljoen euro vrijgevallen uit de voorziening voor de negatieve grondexploitatie Stationsgebied om de voorziening met het geprognosticeerde eindsaldo van de geactualiseerde grondexploitatie te laten corresponderen.

-2.112

I

Grondexploitatie Leidsche Rijn
De gerealiseerde lasten zijn 14,848 miljoen euro lager dan begroot.
Dit is veroorzaakt door uitgestelde civieltechnische en plankosten in de volgende deelprojecten:
> Haarrijn ad 4,721 miljoen euro;
> LR Uitvoeringsprogramma ad 2,900 miljoen euro;
> Leidsche Rijn Centrum ad 1,070 miljoen euro;
> Strijkviertel ad 0,866 miljoen euro;
> Overige kosten ad. 0,201 miljoen euro.
Daarnaast is de verrekening met de balanspost onderhanden werk 5,090 miljoen euro lager dan begroot. Dit zijn geen uitgaven, maar betreft de verrekening van lasten en baten van de grondexploitaties met de balans

     14.848     

I

Binnenstedelijke grondexploitaties
De totale gerealiseerde lasten zijn 3,742 miljoen euro hoger dan begroot:

  • De gerealiseerde lasten in de binnenstedelijke grondexploitaties zijn 26,470 miljoen euro lager dan begroot.
  • De verrekening met de balanspost onderhanden werk voor de binnenstedelijke grondexploitaties is 22,324 miljoen euro hoger dan begroot.
  • De overige lasten zijn 7,888 miljoen euro hoger dan begroot

Door verschuivingen in de planning en een financieel technische aanpassing van de bijdrage aan de mobiliteitshub XL vanuit de grondexploitaties Beurskwartier, Merwedekanaalzone deelgebied 4 en Lombokplein zijn de gerealiseerde lasten in de grondexploitaties 26,5 miljoen euro lager dan begroot. De verschuivingen in de planning hebben voornamelijk betrekking op de grondexploitaties Beurskwartier (lagere kosten voor verwerving, milieu en bouw- en woonrijp maken), Merwedekanaalzone OPG en Busstalling (lagere kosten voor bovenplanse voorzieningen).

De verrekening met de balanspost onderhanden werk is 22,3 miljoen euro hoger dan begroot. Dit zijn geen uitgaven, maar betreft de verrekening van lasten en baten van de grondexploitaties met de balans.

De overige lasten zijn per saldo 7,9 miljoen euro hoger dan begroot. Dit houdt verband met de egalisatie van de verantwoorde bijdrage woningbouwimpuls Merwede versus de daaraan gekoppelde kosten (5,8 miljoen hoger), een dotatie aan de voorziening onderhanden werk om de waardecorrectie op de post bouwgrond in exploitatie op het juiste niveau brengen (5,6 miljoen euro hoger), gemaakte kosten voor planbegeleiding die we nog in rekening gaan brengen bij ontwikkelaars (2,1 miljoen euro lager) en het resultaat op strategische verwervingen, anticiperende verwervingen, voorraadfunctie en overige kosten grondexploitaties (1,4 miljoen euro lager)

-3.742

I

Grondexploitatie Stationsgebied
De gerealiseerde lasten zijn 0,629 miljoen euro hoger dan begroot:

  • De gerealiseerde lasten in de grondexploitatie Stationsgebied zijn 4,501 miljoen euro lager dan begroot.
  • De verrekening met de balanspost onderhanden werk is 5,130 miljoen euro hoger dan begroot.

De gerealiseerde lasten in de grondexploitatie in 2025 zijn lager door met name verschuivingen in de lasten van in uitvoering genomen werken, zoals Stationsplein Oost, Hollandse en Vlaamse Toren en omgeving Sijpesteijn.
De verrekening met de balanspost onderhanden werk is hoger dan begroot. Dit zijn geen uitgaven, maar betreft de verrekening van lasten en baten van de grondexploitatie met de balans.

-629

I

Beleidsontwikkeling Grondzaken
De gerealiseerde lasten zijn 0,494 miljoen euro hoger dan begroot. Dit wordt met name veroorzaakt door hogere personeelskosten voor Europese subsidies en fondsen en bijdragen aan Europese partners. Door extra inzet op Europese fondsen en subsidies is in 2025 een substantieel hogere opbrengst gegenereerd, zie baten.

-494

I

Investeringsimpuls RSU
In het Meerjaren Perspectief Ruimte 2025 (MPR 2025) is de (her)programmering van de middelen uit de reserve Investeringsimpuls RSU vastgesteld door de gemeenteraad. De gerealiseerde lasten zijn 7,326 miljoen euro lager dan begroot:

  • Voor 6,526 miljoen euro van de afwijkingen geldt dat daadwerkelijke besteding van deze middelen in 2026 of verspreid over de komende jaren plaatsvindt.
  • Van de begrote onttrekking uit de reserve betaalbaar wonen van 1,161 miljoen euro is 0,8 miljoen euro niet aangewend. Deze uitgaven verschuiven naar volgend jaar.

        7.326

I

Gebiedsmanagement
De omzet op intentie- en anterieure overeenkomsten gesloten met ontwikkelende partijen in de stad was in 2025 hoger dan verwacht. Onderdeel van deze overeenkomsten is het verhalen van de plankosten. Zowel de baten als de lasten zijn 4,702 miljoen euro hoger dan begroot .Door diverse kleine afwijkingen zijn de overige lasten 0,047 miljoen euro lager dan begroot

-4.655

I

Strategie, Lobby en Stedelijke Sturing

  • Voor de implementatie Omgevingswet is van het Rijk budget verkregen. De gerealiseerde lasten zijn 1,726 miljoen euro lager dan begroot. Dit komt doordat de besteding van deze middelen verspreid over de komende jaren plaatsvindt.
  • Overige lasten zijn 0,561 miljoen euro lager dan begroot.

2.287

I

Strategische verwervingen
Zowel de baten als lasten in verband met het beheer van de strategische verwervingen zijn 3,105 miljoen euro hoger.

-3.105

I

Bedrijfsmiddelen
De inzet van medewerkers in het ruimtelijk domein wordt doorbelast naar de verschillende projecten en ruimtelijke opgaven. Deze inzet kon niet volledig conform begroting worden doorbelast, met name vanwege hoger ziekteverzuim en veel verlof.

-2.277

I

Overige lasten

445

I

Reserves

-15.779

Onttrekkingen

-5.111

Bij de Tweede bestuursrapportage 2021 heeft de raad besloten om de resultaten op afgesloten en lopende grondexploitaties alsmede kosten waarvoor binnen de reserve grondexploitatie bedragen zijn gereserveerd nog in het lopende jaar te verrekenen met de reserve grondexploitatie. Op basis van dit besluit zijn diverse baten en lasten met betrekking tot de grondexploitaties verrekend met de reserve grondexploitatie.

De hogere onttrekkingen uit de reserve grondexploitaties bestaan uit:

  • 3,983 miljoen euro correctie op de in het verleden genomen tussentijdse winstneming op de grondexploitatie Leidsche Rijn Uitvoeringsprogramma
  • 2,518 miljoen euro in verband met de dotatie aan de voorziening negatieve grondexploitaties om de risicovoorziening op het, voor het Meerjaren Perspectief Ruimte, benodigde niveau te brengen
  • 0,751 miljoen euro in verband met de correctie op de in het verleden genomen tussentijdse winstneming op de grondexploitatie Oudenrijn West (1,007 miljoen euro) en de winstneming op de grondexploitatie Merwedekanaalzone Deelgebied 4: Defensieterrein (-0,256 miljoen euro)
  • 0,072 miljoen euro voor het verbeteren van de mobiliteit in Dichterwijk (MPR 2025)
  • 0,009 miljoen euro negatief op overige onderdelen

7.315

I

Reserve Ruimtelijke Ontwikkelingsprojecten: Bij de Tweede bestuursrapportage 2025 heeft de raad besloten dat afwijkingen van de begrote reservemutaties zijn toegestaan, aangezien de ruimtelijke ontwikkelingsprojecten meerjarig zijn en de uitvoering kan afwijken van de planning ('systeembesluit'). Voor de lagere onttrekking uit de reserve Ruimtelijke Ontwikkelingsprojecten geldt dat de daadwerkelijke besteding van deze middelen in 2026 of verspreid over de komende jaren plaatsvindt.

-7.042

I

Reserve Betaalbaar Wonen: Bij de Tweede bestuursrapportage 2025 heeft de raad besloten dat afwijkingen van de begrote onttrekkingen zijn toegestaan, aangezien de geïnventariseerde projecten die onderdeel zijn van de reserve Betaalbaar Wonen meerjarig zijn en de uitvoering kan afwijken van de planning ('systeembesluit'). Op basis van dit besluit zijn de volgende lasten verrekend met de reserve Betaalbaar Wonen:

De hogere onttrekkingen uit de reserve Betaalbaar Wonen bestaan uit:

  • 0,683 miljoen onttrokken voor Hart van de Meern;
  • 3,155 miljoen onttrokken voor Burgemeester Verderlaan 17-19;
  • 1,000 miljoen onttrokken voor Kop Amsterdamsestraatweg – Oude Daalstraat.

Deze maatregelen zijn onderdeel van Utrechtse aanpak op gang houden woningbouw (3e en 5e tranche).

4.838

I

Toevoegingen

-20.890

De hogere dotaties aan de reserve grondexploitaties bestaan uit:

  • 7,427 miljoen euro gekoppeld aan het voorstel over de uitwerking van de bestendige bekostigingssystematiek voor de groei van de stad die nodig is met het oog op besluitvorming over toekomstige investeringen, is bij de Voorjaarsnota 2025 besloten om de bijdrage die de gemeente ontvangt uit de door de rijksoverheid aangekondigde 'Realisatiestimulans woningbouw" te reserveren binnen de reserve grondexploitaties. Conform BBV-voorschriften zijn nog te ontvangen subsidies reeds verantwoord.
  • 6,636 miljoen euro betreft de egalisatie van de verantwoorde bijdrage woningbouwimpuls Merwede versus de daaraan gekoppelde kosten. Deze kasstromen zijn jaarlijks niet gelijk en worden geëgaliseerd via de reserve grondexploitaties.
  • 4,838 miljoen euro bijdrage uit de reserve betaalbaar wonen t.b.v. de grondexploitatie Leidsche Rijn Uitvoeringsprogramma, Stationsgebied en Hart  de Meern (besluitvorming MPR 2025).
  • 0,873 miljoen euro ontvangen rente op de voorziening negatieve grondexploitatie Stationsgebied
  • 0,830 miljoen euro resultaat op de strategische en anticiperende verwervingen en voorraadfunctie
  • 0,407 miljoen euro in verband met de onttrekking aan de voorziening negatieve grondexploitatie Stationsgebied om de voorziening met het geprognosticeerde eindsaldo van de geactualiseerde grondexploitatie te laten corresponderen
  • 0,213 miljoen euro resultaat op diverse afgesloten projecten

Daarnaast een lagere dotatie van 3,246 miljoen euro vanwege een lagere winstneming dan begroot (2,823 miljoen euro) en een ongerealiseerde resultaat van een anticiperende verwerving (0,423 miljoen euro).

-17.979

I

Reserve Omgevingswet: Storting positief saldo aan bestemmingsreserve Implementatie Omgevingswet

-1.726

I

Reserve Ruimtelijke Ontwikkelingsprojecten: Bij de Tweede bestuursrapportage 2025 heeft de raad besloten dat afwijkingen van de begrote reservemutaties zijn toegestaan, aangezien de ruimtelijke ontwikkelingsprojecten meerjarig zijn en de uitvoering kan afwijken van de planning ('systeembesluit'). Op basis van dit besluit zijn de volgende mutaties verrekend met de reserve Ruimtelijke Ontwikkelingsprojecten:

De hogere dotatie aan de reserve Ruimtelijke Ontwikkelingsprojecten bestaat uit het toevoegen van de beschikbare middelen voor loon- en prijscompensatie (accres) en een toevoeging van middelen aan Samen voor Overvecht.

-1.185

I

Deze pagina is gebouwd op 05/18/2026 08:30:04 met de export van 05/13/2026 17:52:13