Doelstelling 1: Stedelijke omgeving
Diverse en veilige stedelijke omgeving draagt bij aan de randvoorwaarden voor een prettig en gezond leven.
Wat hebben we bereikt in 2025?
- We werkten aan de stad met als uitgangspunt groei in balans en vanuit de visie dat we een 10-minutenstad ontwikkelen. Dat betekent dat de groei van het aantal woningen gepaard moet gaan met toekomstbestendige, levendige wijken en dat we (wijk)werkgelegenheid, groen, maatschappelijke voorzieningen en investeringen in duurzame mobiliteit en energietransitie mee willen laten groeien met de groei van de stad.
- Met de Utrechtse Aanpak hebben we maatregelen genomen om de woningbouw op gang te houden en gebiedsontwikkelingen doorgang te laten vinden. Mede door de Utrechtse Aanpak zijn er 4.195 woningen in 2025 in aanbouw gegaan.
- Het behalen van al onze ambities wordt steeds lastiger door veranderde marktomstandigheden zoals gestegen kosten en rentelasten en minder beschikbare middelen. We moeten daarom concessies doen en we zien dat het steeds vaker knelt om alle ambities te realiseren.
- Netcongestie levert spanningen op voor de nieuwbouwopgave in de stad. De nieuwe aansluitmogelijkheden zijn beperkt en mitigerende maatregelen leveren geen sluitende oplossing. Er is urgentie en daadkrachtig ingrijpen nodig door Rijksoverheid en netbeheerder om vertraging van de bouwproductie te verminderen
Beleidskader
Deze doelstelling komt voort uit onderstaande beleidsdocumenten
Beleidsdocument | Vastgesteld | Toelichting |
|---|---|---|
2021 | Strategische visie voor de stad voor de ontwikkeling van de fysieke leefomgeving. | |
2023 | Aanvullende richtinggevende afspraken op de RSU2040 naar aanleiding van het coalitieakkoord. | |
2024 | Actualisatie van de geldende grondprijzen voor het jaar 2024. | |
2024 | Beschrijft de verschillende instrumenten van het grondbeleid die bijdragen aan het behalen van de doelstellingen van de gemeente. |
Effectindicatoren
Indicator | Nulmeting | Doelstelling 2024 | Realisatie | Doelstelling | Realisatie | Stoplicht | Doelstelling | |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
Algemeen buurtoordeel stad | 7,3 | - | - | 7,3 | 7,3 |
| - |
Activiteiten
Nieuwe activiteiten in 2025
Deze activiteiten hebben we gerealiseerd zoals in de Programmabegroting 2025 opgenomen.
-
In 2025 hebben we gewerkt aan verschillende ontwikkelingen. Zo is van verschillende projecten het UPG proces opgestart zoals Rosendael (Indusdreef) en P+R / Aidadreef en het Gezondheidscentrum met woningen Meerndijk.
Er zijn in 2025 planproducten vastgesteld, zoals het SPvE Hojel I, het SPvE Steck, de Nota van Uitgangspunten Fase 2 Merwede, de Bouwenvelop Briljantlaan en het bestemmingsplan circulair bedrijvenpark Strijkviertel.
De bouw van verschillende projecten is gestart. In 2025 is de bouw gestart van ruim 2500 woningen in Merwedekanaalzonde deelgebied 5. De laatste bouwblokken van Merwede worden naar verwachting in 2033 opgeleverd. Daarnaast is bij het Thomas á Kempisplantsoen gestart met de bouw en zijn in Leeuwesteyn en Rijnvliet verschillende bouwvelden in aanbouw gegaan.
In 2025 is gewerkt aan de Leidende Principes Rijnenburg die eind 2025 door het College zijn vastgesteld (en 29 januari 2026 door de raad vastgesteld). Ook is in 2025 gewerkt aan de voorbereidingen voor het opstellen van de Uitgangspuntennotitie Rijnenburg (gereed tweede helft 2026).-
De beleidsnota omgevingsvisie Overvecht 2040 is op 20 februari 2025 vastgesteld door de gemeenteraad.
Het Masterplan Overvecht Centrum is op 18 december 2025 vastgesteld door de gemeenteraad.- Het SPvE gebiedsontwikkeling Galgenwaard is eind december 2025 voorgelegd aan het college en in januari 2026 ter besluitvorming voorgelegd aan de raad.
- In 2025 is gewerkt aan een nota van uitgangspunten voor de Ravellaan 96, deze bieden we conform afspraak in Q1 2026 ter besluitvorming aan gemeenteraad.
Op 17 juli 2025 is het Omgevingsplan voor de ontwikkeling van fase 1 van Merwedekanaalzone Deelgebied 6 vastgesteld.- We hebben aan verschillende openbare ruimte projecten gewerkt. Het ontwerpproces voor de herinrichting van het Balijeplein en Waalstraat Oost is gestart. Balijeplein wordt naar verwachting in 2029/2030 opgeleverd en Waalstraat Oost in 2028. Dit in verband met de latere realisatie van de bruggen in Merwede.
- Voor het Janskerkhof is in 2025 is gewerkt aan het Schets Ontwerp (SO), we liggen op koers voor de realisatie in 2028.
- De uitvoering Park Paardenveld is in 2025 gestart. Oplevering in het voorjaar 2026.
- In 2025 is de bouwteamfase opgestart met de aannemer en is gezamenlijk gewerkt aan een uitvoeringsfasering en uitvoeringsontwerp. Eneco heeft het eerste deel van de stadsverwarming (tussen Damstraat en Croeselaan) verlegd.
- Omgevingswet: in 2025 hebben wij onderzocht hoe de Utrechtse omgevingsvisie zich verhoudt tot de uitgangspunten van de Omgevingswet. U bent hierover 1e kwartaal 2026 per raadsbrief geïnformeerd.
- Erfpachtbeheer, Conversie en bestemmingswijzigingen en Uitgifte Gemeentelijke Eigendommen:In 2025 is uitvoering gegeven aan hetgeen is opgenomen in de Programmabegroting 2025 ten aanzien van Erfpachtbeheer, Conversie en bestemmingswijzigingen en Uitgifte Gemeentelijke Eigendommen: bij het einde van het 50-jarige tijdvak van de Algemene Bepalingen 1974 (AB74) worden de gewijzigde Algemene Bepalingen ter besluitvorming aangeboden inclusief de methode om de gewijzigde grondwaarde en canon vast te stellen. In de raadsbrief hebben wij u geïnformeerd over de aangepast planning van deze besluitvorming.
Activiteiten die we niet meer zouden doen in 2025
Deze activiteiten hebben we in lijn met de Programmabegroting 2025 beëindigd in 2025.
- De variantenstudie Maarschalkerweerd Noord is door het college vastgesteld. Op het moment dat er financiële middelen beschikbaar zijn, dan zal de planuitwerking worden doorgestart. De omgeving is hierover geïnformeerd.
Activiteiten die we zouden blijven doen in 2025
Deze activiteiten hebben we uitgevoerd zoals in de Programmabegroting 2025 opgenomen.
- We hebben verder gewerkt aan de lopende projecten in het MPR.
In 2025 is de 5e tranche Utrechtse Aanpak vastgesteld waarmee gerichte maatregelen genomen zijn om de woningbouw op gang te houden.
We hebben verder gewerkt aan het versnellen van planprocessen met de implementatie van het UPG.
Voor MIRT verkenning OV en Wonen is in 2025 een subsidie aanvraag voor de Merwedelijn toegekend waarmee de financiële randvoorwaarden zijn ingevuld om een voorkeursalternatief te kunnen vaststellen. De definitieve besluitvorming vindt plaats in Q4 2026.-
Het MIRT-onderzoek A12-zone en Rijnenburg is in 2025 afgerond. Op basis hiervan hebben met de Rijk en regio afgesproken om vervolgonderzoek te doen naar de bereikbaarheid van Groot Merwede Rijnenburg.
In 2025 is de scenariostudie Stedelijke Knoop Lunetten-Koningsweg opgeleverd en door het college vastgesteld. Op basis van de aangenomen moties na bespreking in de raad is de voorkeursrichting voor verdere uitwerking aangepast.
- Omgevingswet: de invoering van de Omgevingswet heeft op 1 januari 2024 plaatsgevonden en er is sprake van een implementatie- en transitieperiode. Om voor de wettelijke termijn van 2032 een definitief omgevingsplan te hebben zijn ook in 2025 de nodige stappen gezet. Zo is december 2025 de 2e wijziging omgevingsplan ter inzage gegaan waarmee o.a. de eerste tien bestemmingsplannen worden overgezet. Ook over de verdere ontwikkeling van de omgevingsvisie bent u geïnformeerd. In de raadsbrief Evaluatie Omgevingswet hebben we u hierover 1e kwartaal 2026 geïnformeerd.
- Voor het Lombokplein is in 2025 is de bouwteamfase opgestart met de aannemer en is gezamenlijk gewerkt aan een uitvoeringsfasering en uitvoeringsontwerp. Eneco heeft het eerste deel van de stadsverwarming (tussen Damstraat en Croeselaan) verlegd.
- De concept variantenstudie voor sportpark Nieuw Welgelen, inclusief voorlopige voorkeursvariant, is in mei 2025 door het college vrijgegeven voor participatie met de omgeving.
- In diverse deelgebieden in Leidsche Rijn en Vleuten de Meern is verder gewerkt aan de planontwikkeling, bouwrijpmaken, bouw van woningen en bedrijven en oplevering van openbare ruimte in woon- en werklocaties. Park Leeuwesteyn is grotendeels aangelegd.
Financiën 1: Stedelijke omgeving
x € 1.000 | |||||||
Omschrijving | Actuele | Realisatie | Nominale | Actuele | Realisatie | Verschil | |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
Baten | 135.721 | 186.724 | 195.966 | 108.102 | 122.794 | 14.693 | |
Lasten | 277.219 | 249.659 | 195.014 | 99.390 | 91.499 | 7.892 | |
Totaal Baten en Lasten | -141.498 | -62.936 | 952 | 8.711 | 31.296 | 22.585 | |
Onttrekking reserves | 166.770 | 167.993 | 18.264 | 17.473 | 22.584 | 5.111 | |
Toevoeging reserves | 16.300 | 90.182 | 13.161 | 22.251 | 43.141 | -20.890 | |
Saldo Onttrekking en Toevoeging reserves | 150.470 | 77.811 | 5.103 | -4.777 | -20.556 | -15.779 | |
Totaal | 8.971 | 14.876 | 6.055 | 3.934 | 10.740 | 6.806 | |
In onderstaande tabel zijn de verschillen in de baten, lasten en reserves tussen de realisatie en actuele Begroting 2025 toegelicht.
| x € 1.000 | |
|---|---|---|
Toelichting verschillen | Bedrag | I/S |
Baten | 14.693 | |
Het verschil tussen begroting en realisatie van de grondexploitaties is opgebouwd uit het geprognosticeerd eindresultaat van de grondexploitaties en de gerealiseerde lasten en baten in 2025 (cashflow). Voor een gedetailleerde toelichting op de ontwikkeling van de geprognosticeerde eindresultaten verwijzen wij naar het Meerjaren Perspectief Ruimte 2026. Resultaat grondexploitaties Gekoppeld aan het voorstel over de uitwerking van de bestendige bekostigingssystematiek voor de groei van de stad die nodig is met het oog op besluitvorming over toekomstige investeringen, is bij de Voorjaarsnota 2025 besloten om de bijdrage die de gemeente ontvangt uit de door de rijksoverheid aangekondigde 'Realisatiestimulans woningbouw" te reserveren binnen de reserve grondexploitaties. Conform BBV-voorschriften zijn nog te ontvangen subsidies in 2025 reeds verantwoord (7,427 miljoen euro). | 9.329 | I |
Grondexploitatie Leidsche Rijn | -17.662 | I |
Binnenstedelijke grondexploitaties
De gerealiseerde baten in de binnenstedelijke grondexploitaties zijn 4,1 miljoen euro lager dan begroot. Dit wordt met name verklaard door de administratieve verwerking van de winstneming 2024 van de grondexploitatie Merwedekanaalzone deelgebied 4 Defensieterrein. De overige baten zijn per saldo 9,3 miljoen euro hoger dan begroot. Dit houdt verband met de egalisatie van de verantwoorde bijdrage woningbouwimpuls Merwede versus de daaraan gekoppelde kosten (5,8 miljoen euro hoger) en een onttrekking uit de voorziening onderhanden werk om de waardecorrectie op de post bouwgrond in exploitatie op het juiste niveau te brengen (5,6 miljoen euro hoger). Daarnaast zijn er kosten gemaakt met betrekking tot planbegeleiding (2,1 miljoen euro lager). Omdat we deze kosten nog in rekening gaan brengen bij ontwikkelaars boeken we deze over naar de balans. Doordat de kosten lager zijn, is de overboeking naar de balans ook lager. | 5.172 | I |
Stationsgebied | 629 | I |
Investeringsimpuls RSU | 666 | I |
Gebiedsmanagement | 4.702 | I |
Erfpachtbeheer | 606 | I |
Conversies en bestemmingswijzigingen erfpacht | 7.426 | I |
Beleidsontwikkeling Grondzaken | 1.296 | I |
Strategische verwerving | 3.105 | I |
Overige baten | -576 | I |
Lasten | 7.892 | |
Het verschil tussen begroting en realisatie van de grondexploitaties is opgebouwd uit het geprognosticeerd eindresultaat van de grondexploitaties en de gerealiseerde lasten en baten in 2025 (cashflow). Voor een gedetailleerde toelichting op de ontwikkeling van de geprognosticeerde eindresultaten verwijzen wij naar het Meerjaren Perspectief Ruimte 2026. Resultaat grondexploitaties | -2.112 | I |
Grondexploitatie Leidsche Rijn | 14.848 | I |
Binnenstedelijke grondexploitaties
Door verschuivingen in de planning en een financieel technische aanpassing van de bijdrage aan de mobiliteitshub XL vanuit de grondexploitaties Beurskwartier, Merwedekanaalzone deelgebied 4 en Lombokplein zijn de gerealiseerde lasten in de grondexploitaties 26,5 miljoen euro lager dan begroot. De verschuivingen in de planning hebben voornamelijk betrekking op de grondexploitaties Beurskwartier (lagere kosten voor verwerving, milieu en bouw- en woonrijp maken), Merwedekanaalzone OPG en Busstalling (lagere kosten voor bovenplanse voorzieningen). De verrekening met de balanspost onderhanden werk is 22,3 miljoen euro hoger dan begroot. Dit zijn geen uitgaven, maar betreft de verrekening van lasten en baten van de grondexploitaties met de balans. De overige lasten zijn per saldo 7,9 miljoen euro hoger dan begroot. Dit houdt verband met de egalisatie van de verantwoorde bijdrage woningbouwimpuls Merwede versus de daaraan gekoppelde kosten (5,8 miljoen hoger), een dotatie aan de voorziening onderhanden werk om de waardecorrectie op de post bouwgrond in exploitatie op het juiste niveau brengen (5,6 miljoen euro hoger), gemaakte kosten voor planbegeleiding die we nog in rekening gaan brengen bij ontwikkelaars (2,1 miljoen euro lager) en het resultaat op strategische verwervingen, anticiperende verwervingen, voorraadfunctie en overige kosten grondexploitaties (1,4 miljoen euro lager) | -3.742 | I |
Grondexploitatie Stationsgebied
De gerealiseerde lasten in de grondexploitatie in 2025 zijn lager door met name verschuivingen in de lasten van in uitvoering genomen werken, zoals Stationsplein Oost, Hollandse en Vlaamse Toren en omgeving Sijpesteijn. | -629 | I |
Beleidsontwikkeling Grondzaken | -494 | I |
Investeringsimpuls RSU
| 7.326 | I |
Gebiedsmanagement | -4.655 | I |
Strategie, Lobby en Stedelijke Sturing
| 2.287 | I |
Strategische verwervingen | -3.105 | I |
Bedrijfsmiddelen | -2.277 | I |
Overige lasten | 445 | I |
Reserves | -15.779 | |
Onttrekkingen | -5.111 | |
Bij de Tweede bestuursrapportage 2021 heeft de raad besloten om de resultaten op afgesloten en lopende grondexploitaties alsmede kosten waarvoor binnen de reserve grondexploitatie bedragen zijn gereserveerd nog in het lopende jaar te verrekenen met de reserve grondexploitatie. Op basis van dit besluit zijn diverse baten en lasten met betrekking tot de grondexploitaties verrekend met de reserve grondexploitatie. De hogere onttrekkingen uit de reserve grondexploitaties bestaan uit:
| 7.315 | I |
Reserve Ruimtelijke Ontwikkelingsprojecten: Bij de Tweede bestuursrapportage 2025 heeft de raad besloten dat afwijkingen van de begrote reservemutaties zijn toegestaan, aangezien de ruimtelijke ontwikkelingsprojecten meerjarig zijn en de uitvoering kan afwijken van de planning ('systeembesluit'). Voor de lagere onttrekking uit de reserve Ruimtelijke Ontwikkelingsprojecten geldt dat de daadwerkelijke besteding van deze middelen in 2026 of verspreid over de komende jaren plaatsvindt. | -7.042 | I |
Reserve Betaalbaar Wonen: Bij de Tweede bestuursrapportage 2025 heeft de raad besloten dat afwijkingen van de begrote onttrekkingen zijn toegestaan, aangezien de geïnventariseerde projecten die onderdeel zijn van de reserve Betaalbaar Wonen meerjarig zijn en de uitvoering kan afwijken van de planning ('systeembesluit'). Op basis van dit besluit zijn de volgende lasten verrekend met de reserve Betaalbaar Wonen: De hogere onttrekkingen uit de reserve Betaalbaar Wonen bestaan uit:
Deze maatregelen zijn onderdeel van Utrechtse aanpak op gang houden woningbouw (3e en 5e tranche). | 4.838 | I |
Toevoegingen | -20.890 | |
De hogere dotaties aan de reserve grondexploitaties bestaan uit:
Daarnaast een lagere dotatie van 3,246 miljoen euro vanwege een lagere winstneming dan begroot (2,823 miljoen euro) en een ongerealiseerde resultaat van een anticiperende verwerving (0,423 miljoen euro). | -17.979 | I |
Reserve Omgevingswet: Storting positief saldo aan bestemmingsreserve Implementatie Omgevingswet | -1.726 | I |
Reserve Ruimtelijke Ontwikkelingsprojecten: Bij de Tweede bestuursrapportage 2025 heeft de raad besloten dat afwijkingen van de begrote reservemutaties zijn toegestaan, aangezien de ruimtelijke ontwikkelingsprojecten meerjarig zijn en de uitvoering kan afwijken van de planning ('systeembesluit'). Op basis van dit besluit zijn de volgende mutaties verrekend met de reserve Ruimtelijke Ontwikkelingsprojecten: De hogere dotatie aan de reserve Ruimtelijke Ontwikkelingsprojecten bestaat uit het toevoegen van de beschikbare middelen voor loon- en prijscompensatie (accres) en een toevoeging van middelen aan Samen voor Overvecht. | -1.185 | I |
